BLOG / Verrassing

We zitten in de wachtkamer voor de eerste echo. Héél nerveus ben ik niet. Omdat ik zo ontiegelijk misselijk ben, dat er wel iéts gaande moet zijn in mijn lijf.

De verloskundige neemt wat algemene zaken door en dan mag ik plaatsnemen op de echotafel. Zoekend kijk ik naar het scherm. Hoe zat dit ook alweer, wat moest ik ook alweer zien? Oh ja, een zwarte vlek met een witte schim, waar hopelijk een kloppend hartje in flikkert. De verloskundige licht het een en ander toe. A. lacht ontspannen. Hij gaat er altijd van uit dat alles goed komt.

De verloskundige lijkt het beeldscherm een eeuwigheid te bestuderen. “Het ziet er goed uit”, zegt ze eindelijk kordaat. Ik haal opgelucht adem. Maar dan vervolgt ze, met een veel zachtere stem: “En… het zijn er… twee….”

Ik verslik me bijna in mijn mondkapje. “Dat kan niet”, roep ik. “Dat zit helemaal niet in de familie!!!!!!!” “En toch is het zo, het moet ergens beginnen…” antwoordt de verloskundige, die inmiddels bijna fluistert. “MAAR DAT KAN HELEMAAL NIET!!! JE MAAKT EEN GRAP!!! HET! KAN! NIET!!!” roep ik, nu nog harder. Ik kijk naar A. Maar A. zegt niets. Die staart verbijsterd naar het scherm.

Ondertussen vertelt de verloskundige dapper door over twee hartjes, twee lijfjes, twee vruchtzakjes, twee… kindjes. We horen het allemaal maar half. Zijn we in Bananasplit beland? Een film? Een droom? Ik begin te lachen van de schrik. En van dankbaarheid. En dan weer van de schrik. Ik word een olifant! Ik moet twee kinderen dragen! IK MOET TWEE KINDEREN BAREN! A. heeft nog steeds niets gezegd. Ik mag van de tafel af komen.

“Zijn er wel eens mensen meteen blij als ze dit nieuws krijgen?” vraag ik.
“Nee, meestal niet”, zegt de verloskundige resoluut. “Bijna iedereen schrikt. En went daarna aan het idee.”

In de gang richting de auto kunnen we niet stoppen met zenuwachtig grinniken. Thuisgekomen duwen we de echo in de handen van de oppassende opa en oma. Ze slaan diezelfde handen verbaasd voor hun mond. Iedereen die we daarna lacherig bellen slaakt een ongelovige kreet, moet even gaan zitten, of rijdt zijn auto bijna tegen een boom.

We lopen leeg tegen elkaar over alle nadelen. A. over de praktische problemen (daar gaat mijn muziekkamer en eigen tijd, onze auto is te klein, ons huis is te klein!), ik over mijn lijf (oh my god, hoe groot gaan twee baby’s mijn lijf maken, en vooral: hoe krijg ik ze er ooit weer uit?!?!?). We slapen laat en slecht. Ik droom duizend verschillende dromen, die stuk voor stuk gaan over heeeeeeeeeeeeeeeel veel baby’s, luiers, rompers, truitjes, jasjes en flesjes. En dat ik al die baby’s never ever nooit aangekleed en gevoed krijg. De volgende ochtend kijken we allebei verliefd én vol medelijden naar onze eerste en vooralsnog enige zoon. Dat arme, leuke, lieve, mooie jochie heeft geen idee wat hem boven het hoofd hangt.

Maar er ontstaat ook een ander gevoel. We kijken elkaar aan.
We gaan dit gewoon doen.

Het zal onwaarschijnlijk intens worden, maar wát zijn ze welkom. We worden een chaotisch huishouden met een kat die niet kan mauwen, een gezellige grote broer én twee kwijlende baby’s.

Een gezin met een tweeling! Whaaaaaaaaaaaaaaaaa!

4 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.