BLOG / Verlof

Ik neem me elke week weer voor om een nieuwe blog te schrijven, want aan tijd en inspiratie geen gebrek, en toch komt er weinig tot niets uit mijn hoogzwangere vingers.

Een maand geleden begon mijn verlof, na weken van regelen en afronden, thuis en op werk. Onze gang ontpopte zich in die laatste drukke periode tot een opslagplaats voor talloze hormonale internetbestellingen, terwijl mijn collega’s op de universiteit de toenemende gaten in mijn brein steeds vermakelijker begonnen te vinden. Kortom, het was tijd om de boel de boel te laten, op mijn nest te gaan zitten broeden, en bovendien te achterhalen wat ik in gódsnaam allemaal in huis had gehaald.

Het weekend dat daarop volgde, grepen A. en ik aan om ALLES te doen wat we eerder nog niet af hadden gekregen. De hormonale internetbestellingen werden uitgepakt, in elkaar gezet of retour gestuurd; we reden zeven keer met onze oude zooi naar de kringloop en de stort; ik draaide vijfentwintig wassen met rompertjes, dekentjes, onderlakentjes, bovenlakentjes en vooral ook met hydrofiele doeken, waarvan je er zo’n drieduizend nodig schijnt te hebben. We gingen als een speer, en zodoende liet mijn man mij op maandagochtend, toen hij weer moest werken, en ik ineens niet meer, achter in een enorm ‘af’ huis.

Natuurlijk, er was heus nog wel iéts nuttigs te doen. Whatsappgesprekken met mijn zus en schoonzussen voeren over wasmiddelen en wastemperatuur bijvoorbeeld, want dat superopwindende thema blijkt cruciaal te zijn in babyland. Ook kon ik me storten op het aanbrengen van een dwangneurotisch systeem in de commode, wat ik deed, zodat ik daarna acht keer per dag de lades open schoof om mijn meesterwerk nog maar eens stilletjes te bewonderen. En dan was er nog een kastje dat er van buiten keurig uitzag, maar waar mijn man erg zenuwachtig van werd, omdat het stiekem al mijn ongeopende pensioen-, verzekerings- en wie-weet-wat-nog-meer-brieven schuilhield.

Kortom, genoeg om mijn tijd mee te vullen. Maar toch werd ik plotseling vooral overvallen door de oneindige, bijna beangstigende oase van rust en niksigheid. Liet ik daardoor voor het eerst écht op me inwerken wat me nou eigenlijk te wachten stond. Werd ik doodsbenauwd en doodkalm tegelijk. Een bevalling en het moederschap: ik had mijn zomer wel eens met minder levensveranderende activiteiten ingevuld. Plotseling droomde ik, tussen het acht keer plassen per nacht door, de gekste dingen. Dat mijn baby shower eindigde in een vechtpartij, dat ik door de hormonen vanuit het niets een behaarde borstkas kreeg, dat alles wat ik waste bevlekt en verpest uit de machine kwam.

Gelukkig kwam er, naarmate mijn alles-moet-af-adrenalinepeil kans kreeg om te dalen, ook meer rust. De dromen namen af, de temperaturen toe, en de zee van tijd werd al ietsje minder beklemmend. Waarbij ik concludeer dat je verlof gewoon een beetje een gekke periode is. Je weet niet waar je op moet rekenen, maar wel dat je daar uitgerust voor moet zijn, en je wil je laatste fase als vrije ziel uitbuiten, maar hebt tegelijkertijd de puf niet meer om nog van alles te beleven. Dus balanceer je maar wat tussen verveling, actie, en gewoon een beetje ‘zijn’.

Het zal er allemaal wel bij horen, denk ik, als ik ’s avonds als een kleine walvis zijwaarts m’n bed in schuif, en mijn man me twee Hello Fresh-koelelementen uit de vriezer aanreikt om de tropische nacht mee door te komen. Ik ben niet de eerste op aarde die nu pas ontdekt dat een baby blijkbaar zeventien hydrofiele doeken per dag bevuilt, dat je verlof kan aanvoelen als een bevreemdende wachtkamer, en dat het krijgen van je eerste kind misschien gewoon te groot en te abstract is om er überhaupt van te voren iets van te vinden. Het zal er allemaal wel bij horen, denk ik, en langzaam val ik in slaap, terwijl mijn zoon de handstand doet op mijn blaas, en daarmee het volgende wc-bezoek aankondigt.

 

 

Bron afbeelding: www.compfight.com

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.