BLOG / Rijles

Twee maanden geleden begon ik dan ein-de-lijk met het volgen van rijlessen. Sindsdien dompel ik me tweewekelijks vrijwillig onder in een zee van onvermogen en frustratie.

Eerder schreef ik al over mijn besluit om nu echt, maar dan ook écht te beginnen met autorijden, nadat ik dit veertien jaar voor me uit had geschoven. Er volgde een proefles die me eigenlijk behoorlijk meeviel, en ook de lessen daarna vond ik minder erg dan verwacht. Ik kon schakelen, ik kon gas geven, ik kon een auto besturen!

Maar toen nam mijn rij-instructeur een rampzalig besluit: hij schafte een nieuwe lesauto aan. Terwijl ik zijn oude auto nét onder controle had. Die nieuwe auto bleek een pietluttige perfectionist te zijn die je niets vergaf, en waarin werkelijk ALLES anders moest dan in de eerdere auto. Het ding sloeg al af als je er naar keek, waardoor mijn lessen ineens bestonden uit anderhalf uur lang het voertuig überhaupt aan de praat houden, en ik geen oog meer had voor verkeersregels of veiligheid.

“Het liegt niet aan jou, aanderen hebben er óók last van!” zei mijn instructeur M. om me gerust te stellen, toen ik in een dramatisch huilen uitbarstte. “Alleen jij hebt er saamen met een aandere leerling nét ietschje meer laast van dan de rest…” voegde hij daar voorzichtig aan toe. Om daarna met nieuws te komen: hij had zelf óók genoeg van dit ellendige voertuig, en was op zoek naar een alternatief. Verschrikt keek ik hem aan, terwijl ik visualiseerde hoe ik wéér vier lessen lang een nieuwe verschrikking op wielen onder de knie moest krijgen.

“Wat voor auto is dit dan?”, vroeg A. belangstellend, toen ik weer eens zwaar gefrustreerd en ontdaan terugkeerde van de les. “Weet ik veel, een witte rotauto!” antwoordde ik nors. Ik was er klaar mee en besloot samen met M. om een pauze te nemen totdat de nieuwe auto er was. Die blijkt zowaar sneller te arriveren dan verwacht: drie weken later stap ik weer bij M. in de wagen. En dit keer zijn we allebei een beetje nerveus, zie ik als ik naast me kijk.

Maar ik schakel. Ik geef gas. Ik bestuur een auto! En hij slaat niet af! Ik zie M. opgelucht ademhalen en ook ik voel de spanning langzaam van me af glijden. We lachen net als in de eerste auto om de vele verkeersborden die ik niet ken of registreer (“Ik zie nergens een bord hoor, oh telt die met die pijl ook?”) en de vele verkeersregels die ik ter discussie stel (“Waarom moet ik stoppen voor trage invaliden, daar kun je júíst snel even langs rijden!”)

Ik kijk naar een tevreden lachende M. en durf weer héél voorzichtig te geloven dat ik dit op een dag toch echt ga kunnen. Maar ik vrees ook dat daar nog vele zelfkastijdende uren en frustrerende dieptepunten aan vooraf zullen gaan…

 

 

Bron afbeelding: www.compfight.com

One Comment

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.