BLOG / Praktisch

Ooit deed ik een persoonlijkheidstest en scoorde ik zéér laag op de vaardigheid ‘praktisch’. Prima, dacht ik, wist ik allang, zet ik toch lekker geen Ikea-kastjes in elkaar. Maar toen werd ik moeder.

Dat moeder zijn an sich voelde gelukkig meteen natuurlijk aan. Er kwam een soort oer-intuïtie boven, waar ik me zonder aarzelen door liet leiden. Al snel vertrouwde ook kersverse vader A. blindelings op dit instinct. Wat de oer-intuïtie van deze moeder echter niet had bedacht, is dat het ouderschap voor het overgrote deel bestaat uit praktische handelingen.

Luiers verschonen of piepkleine truitjes aantrekken zonder ergens in een mouw een duimpje te verbuigen, dat ging nog wel. Badderen, kots ruimen en voeden ook. Nee, de grote ellende bleek ‘m te zitten in het enorme arsenaal aan apparaten waar je een kind in kan leggen, zetten, of hangen. Zeker als je tot die tijd alles aan de muur bevestigde met plakgom, en je ’s nachts regelmatig het leplazarus schrok, wanneer er weer eens een poster middenin je slapende gezicht viel.

Nu ik moeder was, kon ik niet meer semi-hulpeloze dingen roepen als “Ik geloof dat het wel vast zit, of zo!”, want dat betekende mogelijk dat er even later een kind op de stoeptegels kletterde. Een draagzak, een Maxi-Cosi, een fietsstoeltje: voor alles moest ik zwetend een door mij zo gehate gebruiksaanwijzing volgen. Voorheen keek ik dan met een Bambi-blik naar iemand die het apparaat snel voor me aan de praat kon krijgen. Maar zo’n ‘iemand’ is niet altijd in de buurt op je mama-dag, als je bovendien 35plus en verondersteld zelfstandig bent.

Dat zijn moeder niet zo bedreven was met alle apparatuur in haar leven, leek mijn zoon al snel door te hebben. Ze vloekte en zuchtte ook wel wat veel als ze voor de tachtigste keer worstelde met de absurd complexe sluiting van de kinderwagen. Eerst keek hij haar wat meewarig aan, later kalm en bemoedigend, en daarna begon hij haar indringende instructies toe te roepen als “Voeten! VOETEN!!!!!!” wanneer ze hem weer eens uit het fietszitje begon te trekken terwijl zijn pootjes nog vastgegespt zaten.

Gelukkig werd hij ouder en mobieler, en kwamen er gaandeweg beduidend minder riempjes en gespjes en klemmetjes aan te pas. Daar staat tegenover dat hij nogal een techneut in de dop is, en daarmee dol op constructie-speelgoed. Hij en zijn vader creëren duizelingwekkende bouwwerken, liefst op basis van een diep doordacht plan én op kleur. Zijn moeder daarentegen frutselt iets uit de losse pols, dat in de verste verte niet aansluit op de systematiek die hij hanteert: een spoedige sloop is het gevolg. En wanneer er iets uit elkaar valt en hij tegen beter weten in haar hulp vraagt, mompelt hij al na zes seconden argwanend toekijken: “Papa vragen?”

Ik hoor je het je nu denken, hoor: maar mens, je hebt straks TWEE baby’s erbij! TWEE draagzakken, TWEE Maxi-Cosi’s, TWEE fietsstoeltjes. O man, VERTEL MIJ WAT. Over de hoeveelheid liefde, geduld en relativeringsvermogen die ik nodig zal hebben voor de kinderchaos die ons te wachten staat, maak ik me weinig zorgen. Maar al die praktische ellende KEER TWEE. Pffffffffffffffffffffffff. Ik heb er nachtmerries van!

Er is één schrale troost: mijn zoon accepteert wél dat zijn moeder zijn brood schots en scheef knipt met een schaar, omdat ze er een nóg grotere puinzooi van maakt met een mes.* Of dat ze de taille van zijn broeken telkens weer smaller zet, wanneer ze deze juist wijder wilde maken. Ze doet het allemaal misschien niet zo snugger als zijn ultra-praktische vader, maar dat lijkt hem niet te deren. Die boterham met pindakaas smaakt er niet minder door!

(En toch duimt die moeder stiekem hééééééél ongeëmancipeerd dat zijn zusjes net zo praktisch en technisch gemankeerd zijn als zij, zodat ze straks niet de enige kneus in dit huishouden zal zijn…)

*triest maar waar: huisgenoten en collega’s gingen er speciaal voor zitten tijdens de lunch, want ‘jongens, Cor gaat iets snijden’

3 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.