BLOG / Paukenist

Mijn goede vriend M. nam me voor mijn verjaardag mee naar een klassiek concert. Vol verwachting namen we plaats in de grote zaal in het nieuwe Tivoli. 

Vanaf het balkon keken we de weliswaar naar de ruggen van de orkestleden, maar zo hadden we wel mooi overzicht.

Het orkest zette in met een traag opbouwend stuk. De spanning werd mede opgebouwd door de paukenist, die zeer geconcentreerd op gezette tijden tegen de trommel en de triangel tikte. Het zag er niet direct uit als hogere wiskunde, maar het zette het stuk kracht bij.

Na deze eerste compositie legde de paukenist zijn trommelstokken neer. Hij nam plaats op de traptrede achter hem en vouwde zijn handen in elkaar. De pianist en de strijkers zetten het volgende stuk in. De paukenist bleef rustig zitten en luisteren.

Blijkbaar had de muziek eventjes geen ritmesectie nodig. Dit gold ook voor het volgende stuk. En de compositie erna. En de compositie dáárna. Na elke laatste noot en bijbehorend applaus keek ik hoopvol naar de paukenist. Vouwde hij zijn handen uit elkaar? Reikte hij naar zijn trommelstokken? Maakte hij aanstalten om op te staan? Maar de paukenist bleef zitten. Steeds ongemakkelijker, dat wel. Het trapje was te laag, zijn benen te lang, de trede te hard en zijn rug te krom.

Na een kleine anderhalf uur stond de paukenist ineens op. Hij pakte zijn trommelstokken en keek geconcentreerd naar de pianist. Het orkest zette in. Hetzelfde lied als waar het concert mee was gestart. Waarbij de paukenist ook weer exact dezelfde taak had: op de juiste momenten een tik tegen de trommel en de triangel geven, tegelijkertijd, dat wel. Daarna was het concert voorbij.

Het orkest verdween achter de coulissen en de zaal liep leeg. Ik keek M. aan. “Arme paukenist! Wat zou zijn familie na afloop van de première tegen hem hebben gezegd? Wat knap dat je zo lang op een trap kan zitten zonder een stoel te eisen? Als dit je lot is na het conservatorium, dan spring je toch van een flat?” M. keek peinzend voor zich uit. “Of niet. Misschien is de paukenist dolgelukkig met zijn kleine, maar waardevolle bijdrage. Geniet hij enorm van de muziek terwijl hij wacht op zijn beurt. Is hij helemaal tevreden met deze rol…”

We vielen allebei stil en dachten na over de metafoor van de paukenist. Velen willen de eerste viool spelen en zijn teleurgesteld als dat niet lukt. Ondertussen geniet de paukenist misschien volop van die paar minuten dat hij een sleutelrol kan spelen. Waarna hij genoegen neemt met een traptrede. Niet nadenkt over wat het publiek of zijn familie van hem zal denken. Want hij weet: zonder zijn minimale bijdrage, zou het stuk uiteindelijk niet compleet zijn…

 

Bron afbeelding: www.compfight.com (afbeelding is afkomstig van www.sticktricks.de)

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.