BLOG / Papa

Ineens was 2018 niet meer alleen het jaar waarin ik moeder werd, maar ook het jaar waarin ik mijn vader verloor.

Ik was zwanger en mijn vader was ziek. Terwijl mijn buik door het nieuwe leven steeds groter groeide, werd mijn vader steeds smaller en kleiner. En terwijl wij bij elke controle goed nieuws ontvingen, moest mijn vader het met alleen maar slechte uitslagen doen. Ineens kwamen de donkere en de lichte kant van het leven pal naast elkaar te staan. En ergens daar tussenin, in de schemer, probeerde ik vooral kalm te blijven.

Op mijn uitgerekende datum werd mijn vader voor de zoveelste keer met spoed opgenomen. Gelukkig wachtte Bram een rustiger moment af om geboren te worden, tien dagen later. Uitgeput belde ik het vertrouwde nummer dat ik al zo vaak in mijn leven voor van alles en nog wat had gebeld, en kon ik godzijdank niet alleen mijn moeder, maar ook mijn vader vertellen dat hij een gezonde kleinzoon had gekregen. Nooit eerder hoorde ik zo veel opluchting, maar ook zo veel verdriet in zijn stem.

De kraamweek verstreek, ons leven als ouder begon enigszins te wennen, en onze zoon at, sliep en groeide als een tierelier. Razendsnel verwelkomde hij vaardigheid na vaardigheid in zijn prille leven. Ondertussen nam mijn vader van steeds meer vaardigheden afscheid. De boekenlegger bleef steken op dezelfde pagina, het onkruid kroop tussen de zorgvuldig geplante bloemen omhoog, zijn nauwkeurig gecomponeerde toonladders werden niet meer trots gespeeld.

Zijn lijf was stram en zijn geest vermoeid. Het beresterke lijf en de vlijmscherpe geest van mijn slimme, lieve vader, die me moeiteloos op de fiets met nog een rijwiel aan de hand ophaalde van het station, die al mijn studentenhuisverhuizingen stronteigenwijs in zijn eentje deed, die alles over van alles wist, en nog meer. Hij was op.

Een zieke geliefde die gaat sterven, dat is niet altijd zoals in de film. Waarin de patiënt tot op het allerlaatste moment glashelder is, vlak voor de finale zucht nog grote, belangrijke woorden uitspreekt, het allemaal iets magisch heeft. In het echt heeft de zieke geliefde momenten van scherpte, maar is hij het overgrote deel van de tijd zo ongelofelijk moe, beroerd en verward, dat blijven leven al genoeg moeite kost. Hij kijkt je glazig aan, verstaat je niet meer goed, praat zacht en onduidelijk.

Dus zit je maar gewoon naast zijn bed. Breng je de beste man alles wat hij nog een beetje te eten vindt. Chocomel, patat met mayo, een kroket. Geef je een glas of een krant aan, omdat hij daar zelf niet meer bij kan. Draai je zijn blik met dropjes open, omdat hij daar gisteren nog de kracht voor had, maar vandaag ineens niet meer. En in al die momenten spreken gezamenlijke tranen en de ontroering waarmee hij naar jou en je kind kijkt veel luider dan grote, belangrijke woorden.

Afscheid nemen bleek niet groots, maar heel gewoon te zijn. Een soort omgekeerde kraamweek, waarin je niet leert om leven in stand te houden, maar om het los te laten, elke dag een beetje meer.

Mijn vader liet los en wij ook.
Zijn leven was voorbij, en daarmee ook mijn leven met een vader.

Met een baby aan de borst besprak ik het draaiboek met de begrafenisondernemer. Ik deed voor het eerst in vier maanden samen met mijn moeder Bram in bad. Rende naar mijn kolfapparaat na afloop van de afscheidsdienst, die plaatsvond in een kerk vol kerstversiering, exact een jaar nadat ik mijn vader vertelde dat ik zwanger was. Een rare, rauwe, verdrietige, mooie, intense, alles-loopt-door-elkaar-tijd. Waarin mijn zesjarige neef, opa’s grootste vriend, me toevertrouwde dat hij zijn zusje en kleine neef later álles over hun opa Jan zal vertellen.

Over mijn vader, die ik zo dankbaar ben voor wie hij was.

 

 

 

5 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.