BLOG / Drie

Gespannen staarde ik naar het scherm. Ineens verscheen een zwarte, lege vlek in het beeld. Mijn hart verstarde. “Jéééétje, wat is je bláás prachtig vol!” riep de echoscopiste toen verrukt uit.

Na tien weken zwangerschap stond de eerste echo op het programma. Zenuwpezend zat ik in de wachtkamer, terwijl A. grapjes maakte en verslag deed van zijn week om me af te leiden. Het lukte me niet om te luisteren en ik staarde afwezig naar de tientallen vrolijke geboortekaartjes aan de muur. Zou ons kaartje daar aankomende zomer tussen hangen…? De dwingende druk in mijn onderbuik deed me heel even ontwaken uit mijn gedachten: ik had de opdracht ‘kom met een volle blaas’ ui-ter-mate serieus genomen, en de achtentwintig glazen water begonnen inmiddels hun tol te eisen.

Voorheen dacht ik altijd dat ik, wanneer ik de twee magische streepjes zou aanschouwen, acuut zou worden verzwolgen door een hysterische oase van euforie, blijdschap en liefde. Zo ging dat immers regelmatig in films en series, en soms ook bij bekenden. Maar uiteraard bleek de realiteit anders, zoals dat vaak het geval is in het leven. Bij mij en A. sloeg direct na de aanblik vooral de nuchterheid en kalmte toe: eerst nog maar eens zien hoe dit verder liep. Drie maanden eerder hadden we dezelfde streepjes aanschouwd, en helaas was dat al snel daarna niet goed afgelopen.

Het natuurverschijnsel in mijn buik trok zich echter weinig aan van onze voorzichtigheid. Het bleef stoïcijns zitten waar het zat en het groeide en groeide. Veel merkte ik daar niet van. Ik was niet misselijk, oververmoeid of beroerd, had geen vreetbuien en was niet buitensporig emotioneel. Terwijl ik (en mijn complete omgeving) er toch echt van overtuigd was dat ik een groot, beroerd, onuitstaanbaar zwanger hormonaal monster zou worden, gezien mijn gevoelige en chronisch hongerige aard.

Sommige vrouwen hebben echt súúúúúúperveel geluk en voelen totááááál niet dat ze zwanger zijn, vertelde Google me voor de zeventiende keer, toen ik voor de zeventiende keer ‘zwanger en geen klachten’ intypte. Geluk, ik had blijkbaar súúúúúúperveel geluk. Toch had deze gelukkige veel liever kotsend boven de wc gehangen, want hoe wist ze zonder klachten nou dat er überhaupt iéts gebeurde?

Ik schrok op bij het horen van mijn naam. De echoscopiste stond glimlachend in de deuropening van de wachtkamer. “Leuk hè, je eerste echo!!!” zei ze enthousiast toen ik op de bank ging liggen. Ik begon te huilen, want ik vond het helemaal niet leuk, alleen maar doodeng. A. pakte mijn hand stevig vast. De echoscopiste staakte haar small talk en pakte snel haar apparatuur, waarna ze op mijn buik begon te duwen, terwijl ik mijn zeurende blaas in bedwang probeerde te houden.

Plotseling dook, naast de zwarte lege vlek die mijn creperende blaas bleek te zijn, een hoofd op in het beeld. Een hoofd en een zwaaiend armpje. Een hoofd en een flikkerend hartje. Ik hield mijn adem in. Zat dit in MIJN lichaam? Was dit echt MIJN buik? “DUS ER ZIT ECHT EEN BABY IN??!!” riep ik verbaasd en opgelucht uit. “EN DIE HEEFT AL ARMEN?!?!?!?!?!”

Ja, er zat dus écht een baby in. En zes weken later zit die er nog steeds, wat te zien is ook. In die zes weken maakten de angst en nuchterheid heel voorzichtig plaats voor blijdschap en dankbaarheid. De natuur gaat zijn gang en trekt zich niets aan van control freaks. Dus probeer ik de controle los te laten, wat stiekem heel goed voelt. Kortom, ja, jeetje. 2018 blijkt in het teken te staan van het nummer ‘drie’: op 3 januari werd ik 33, en deze zomer gaan we van twee naar drie, als alles goed gaat.

Of nou ja, eigenlijk naar vier, want we mogen onze harige eerstgeborene genaamd Kit natuurlijk niet vergeten….!

 

 

 

PS: wees niet bevreesd, ik ga hier geen zwangerschapsblog van maken, zoals ik er ook geen kattenblog van heb proberen te maken : )

 

 

Bron afbeelding: www.compfight.com

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.